Cursus

Executieve functies

De focus op zelfsturing

Gedurende een dag op school neem je als leerling beslissingen, bedenk je hoe iets gedaan moet worden, maak je opdrachten en werk je samen. Kortom, je bent de hele dag bezig om je gedrag te sturen. Wat je aan vaardigheden laat zien (gedrag) is de zichtbare uitwerking van de onzichtbare werking van de executieve functies. Hoe je als kind je gedrag stuurt, wordt zelfsturing genoemd. Deze zelfsturing van kinderen is te observeren en ouders en leerkrachten spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling hiervan.

Werkwijze

Middels een interactieve presentatie en opdrachten gaan de deelnemers aan de slag met het thema. Voor de benodigde communicatie- en informatie-uitwisseling over de cursus maken we gebruik van de online leeromgeving van Cedin: de Cedin Academie.

Je krijgt veel praktische tips en ideeën aangereikt om direct de volgende dag al toe te kunnen passen!


In drie bijeenkomsten komt het volgende aan de orde:

Executieve functies beïnvloeden het gedrag en het leren van kinderen. Het zijn vaardigheden die kinderen nodig hebben bij het plannen, organiseren, onthouden en verwerken van informatie. Het helpt bij het vormgeven van goed onderwijs voor elk kind wanneer je kennis hebt van de executieve functies die er zijn, zoals je ook kennis hebt van de cognitieve functies (taal, aandacht).

Aan het einde van de bijeenkomst:

  • Weet je wat executieve functies zijn (werkgeheugen, flexibiliteit, inhibitie);
  • Weet je hoe executieve functies in relatie staan tot het zichtbare gedrag van de kinderen in de klas;
  • Ervaar je je eigen executieve functies in een testsituatie;
  • Verwoord je welke algemene strategieën gericht op het verbeteren van zelfsturing je al toepast en welke je specifieker wilt gaan toepassen in je huidige klas.

Aan het einde van de bijeenkomst:

  • Heb je de werking van je werkgeheugen bewust ervaren;
  • Kun je de werking van het werkgeheugen in relatie tot de andere geheugenonderdelen verwoorden;
  • Heb je ideeën gekregen om je lesorganisatie- en instructie “werkgeheugenvriendelijk” te maken.

Aan het einde van de bijeenkomst:

  • Heb je verwoord welke nieuwe elementen je toepast in je eigen handelen;
  • Heb je nagedacht over de zelfsturing van jouw leerlingen en de mate van specifieke ondersteuning deze nodig hebben (ondersteuningsniveaus 1, 2 of 3);
  • Heb je zicht gekregen op de rol van ouders in het ontwikkelen van zelfsturing en welke samenwerking er nodig is tussen ouders en school;
  • Heb je de helpende functie van gezelschapsspellen als observatie- en oefenmiddel (én transfermiddel naar thuis) ondervonden.