Incompany training

Differentiëren bij Engels voor begaafde leerlingen

Voor begaafde leerlingen in groep 6, 7 en 8

Engels is wereldwijd de meest gebruikte toegankelijke taal. Voor onze kinderen is een goede kennis en vaardigheid in het Engels steeds belangrijker voor studie en beroep. In het voortgezet onderwijs is Engels een kernvak, waaraan hogere eisen worden gesteld dan in het verleden. Vooral in de brugklas van HAVO en VWO ligt het tempo hoog. Van de basisschool wordt daarom ook meer verwacht.


Voor meerbegaafde leerlingen liggen op dit gebied mogelijkheden en kansen. In methoden voor Engels wordt (nu nog) weinig gedifferentieerd. Natuurlijk is het leren van een taal een interactief en sociaal proces dat je samen doet, maar daarbij kan er zeker uitbreiding en meer uitdaging gecreëerd worden voor kinderen die dat willen en kunnen.


Over de cursus

De cursus bestaat uit drie bijeenkomsten, waarbij in wordt gegaan op de volgende aspecten.


Allereerst zal de didactiek die belangrijk is bij het leren van een vreemde taal worden besproken/opgehaald. Het is belangrijk om te weten wat effectief is bij het aanleren van een vreemde taal en hoe dit verwerkt is in de methode die men gebruikt. Op die manier weet je als leerkracht beter wat aangevuld moet worden of extra aandacht moet krijgen. Vervolgens wordt besproken wat (hoog)begaafde kinderen uitdaagt in het leren van een vreemde taal*. Iedere deelnemer neemt zijn methode Engels mee en gaat de methode analyseren om te beoordelen of de methode voldoende elementen bevat die de meerbegaafde leerling uitdaagt en motiveert.


Na de eerste training krijg je een huiswerkopdracht mee naar huis.

Terugkoppeling huiswerkopdracht: wat viel op? Zijn er vergelijkingen te maken en conclusies te trekken (“alle meerbegaafde kinderen ….”). Wat is er uit het interview gekomen (wat willen de leerlingen zelf)?

De taxonomie van Bloom wordt besproken en vertaald naar opdrachten met of in het Engels. Je krijgt hierbij tips en ideeën aangereikt. Daarna brainstorm je samen met de overige deelnemers verder over meer mogelijke opdrachten (met of los van de methode).


Na de tweede training krijg je een huiswerkopdracht mee naar huis.

Terugkoppeling van de huiswerkopdracht: reflectie op de gegeven opdrachten (meertalige didactiek, taxonomie van Bloom en de kenmerken van de meerbegaafde leerling als referentiekaders). Welke conclusies zijn er te trekken? Wat voor soort opdrachten werken wel en welke niet onder welke omstandigheden/met welke randvoorwaarden?

Belangrijk is om aanpassingen en aanvullingen die je doet op de methode te borgen. In de derde bijeenkomst vertellen we je hoe het curriculum Engels in taalbeleid, groepsplan en leerlijn kunt borgen.


Naast meerbegaafde leerlingen heb je ook leerlingen met dyslexie die doorstromen naar hogere vormen van VO (Havo en VWO). Als laatste wordt besproken waar deze leerlingen bij gebaat zijn ter voorbereiding op het kernvak Engels in de brugklas.


Naast meerbegaafde leerlingen heb je ook leerlingen met dyslexie die doorstromen naar hogere vormen van VO (Havo en VWO). Als laatste wordt besproken waar deze leerlingen bij gebaat zijn ter voorbereiding op het kernvak Engels in de brugklas.

*Kenmerken van (hoog)begaafde leerlingen zijn:

  • Hoogbegaafden denken op verschillende manieren na: analytisch, creatief en praktisch.
  • Ook kunnen de denkstappen (en dus de opdrachten) groter zijn
  • Belangrijk is dat kinderen een nut en betekenis ervaren bij de opdracht (Voor wie en waarvoor ben ik dit aan het doen?)
  • Er moet een lat gelegd worden (door de leerkracht, door de leerlingen zelf of in overleg). Bij structureel te weinig uitdaging ontstaat onderpresteren